Rock IdentifierRock Identifier
HomeBibliotheek › Gesteentefamilies

Stollingsgesteenten: Geboren uit vuur

Stollingsgesteenten: Geboren uit vuur

Belangrijkste punten

  • Langzame, diepe afkoeling zorgt voor grove kristallen; snelle afkoeling aan het oppervlak zorgt voor fijn of glasachtig gesteente.
  • Felsische gesteenten zijn lichtgekleurd en silicarijk; mafische gesteenten zijn donker en ijzer-/magnesiumrijk.
  • Obsidiaan is vulkanisch glas — het is te snel afgekoeld om überhaupt kristallen te kunnen vormen.

Intrusief vs. extrusief

Stollingsgesteenten worden onderverdeeld naar de plaats waar ze zijn afgekoeld. Intrusieve (plutonische) gesteenten kristalliseren langzaam diep onder de grond, waardoor atomen de tijd hebben om grote, zichtbare kristallen te vormen — graniet is daar het schoolvoorbeeld van. Extrusieve (vulkanische) gesteenten barsten uit als lava en koelen in enkele uren tot dagen af, waardoor kristallen microscopisch klein of afwezig zijn, zoals in basalt.

De korrelgrootte aflezen

Korrelgrootte is een thermometer voor de afkoelingssnelheid. Grove, in elkaar grijpende kristallen die je met het blote oog kunt zien, betekenen een langzame, diepe afkoeling. Een fijne, suikerachtige of gladde textuur betekent een snelle afkoeling aan het oppervlak. Een porfirische textuur — grote kristallen in een fijne achtergrond — getuigt van een geschiedenis in twee fasen: langzame afkoeling onder de grond, en daarna een snelle afronding na de uitbarsting.

Felsisch vs. mafisch — de kleuraanwijzing

De chemische samenstelling bepaalt de kleur. Felsische gesteenten zijn rijk aan silica en lichte mineralen zoals kwarts en veldspaat, waardoor ze er bleek uitzien (graniet, ryoliet). Mafische gesteenten zijn rijk aan ijzer en magnesium, waardoor ze er donker uitzien (basalt, gabbro). Een bleek, kwartshoudend stollingsgesteente en een donker, compact stollingsgesteente vertellen heel verschillende verhalen over hun bronmagma.

De glazige uitschieters

Sommige lava's koelen zo snel af dat er helemaal geen kristallen worden gevormd. Obsidiaan is het resultaat: een natuurlijk glas met een gladde, schelpachtige breuk en vlijmscherpe randen (vroege mensen sloegen er klingen van). Puimsteen is schuimend vulkanisch glas dat zo vol gasbellen zit dat het op water drijft. Beide zijn stollingsgesteenten, maar geen van beide bevat echte kristallen.

Download in de App Store Terug naar de bibliotheek